Het is 6 augustus 2016 en de social media binnen de sigarenwereld ontploft. Iedereen die ook maar iets met de sigarenindustrie te maken heeft post een bericht en ze hebben allemaal dezelfde strekking: RIP Carlos Fuente Sr. Die avond ervoor op 5 augustus is namelijk één van de pioniers van longfiller sigaren buiten Cuba overleden.

Introductie

Carlos Arturo Fuente werd geboren op 6 mei 1935 in Tampa, Florida. Om precies te zijn in één van de voorsteden van Tampa, Ybor City. Ybor City is op dat moment het middelpunt van de Amerikaanse sigarenindustrie. De vader van Carlos, Arturo Fuente, geboren op Cuba, was in 1912 verhuisd van Cuba naar Ybor City om daar Arturo Fuente & Co. Factory op te richten. Een sigarenfabriek die vooral Cubaanse tabakken gebruikte. Nog voor de geboorte van Carlos ging het bedrijf echter ten onder aan een grote brand in de fabriek. Arturo bleef met zijn vrouw in Ybor City en ging werken bij andere sigarenproducenten. Zijn stichtten een gezin met eerst de geboorte van hun zoon Arturo Jr. en in 1935 Carlos.

De eerste tegenslag

Op 11-jarige leeftijd werd Carlos getroffen door polio en het zag er niet goed uit. De doktoren gaven hem weinig kans om uberhaupt nog te kunnen lopen. Op die leeftijd liet Carlos echter al zien dat het een vechter was, want drie jaar later was hij weer helemaal hersteld. Ondertussen had zijn vader weer genoeg financiële middelen om zelf weer een sigarenfabriek op te zetten en in 1946 stichtte hij zijn sigarenfabriek Arturo Fuente Cigar Co. Sigarenfabriek is trouwens een groot woord; hij rolde zijn sigaren samen met zijn familie op de veranda van hun huis. Ook Carlos rolde in die tijd sigaren, gemiddeld zo´n 50 per dag, nadat hij terugkwam uit school. Het merk bleef klein.

Een symbolisch bedrag

In 1956 besloot Arturo Fuente om zijn zaak te verkopen aan zijn zoon Carlos. De prijs? 1 dollar. Carlos begon direct met het opzetten van distributiekanalen voor zijn sigaren door heel Amerika. Ook pakte hij de productie aan; hij verhuisde deze van de veranda van zijn ouderlijk huis naar een fabriek, wel nog steeds in Ybor City, Tampa, Florida. Over de jaren bleef het bedrijf onder leiding van Carlos maar groeien.

Toen in 1962 de spanning tussen Amerika en Cuba bijna hun toppunt bereikte, besloot Carlos met al zijn geld naar Cuba te gaan en dit te besteden aan tabak. Waarschijnlijk is de boot met Cubaanse tabak die bestemd  was voor Fuente één van de laatste die Amerika bereikt heeft voor het embargo. Hierdoor had Fuente een voorraad die groot genoeg was om enkele jaren te blijven produceren, terwijl men op zoek ging naar tabakken in andere landen.

Op zoek naar locaties

In de jaren 70 werd het steeds lastiger voor Fuente om zijn sigaren te produceren in Amerika, vooral door stijgende personeelskosten. Hij gaat op zoek naar andere locaties om sigaren te produceren en komt in zowel Honduras als Nicaragua terecht en sticht in beide landen een fabriek, terwijl ook zijn fabriek in Ybor City open blijft. Het merk blijft maar groeien. Eind jaren 70 slaat het noodlot echter weer toe, ditmaal in Midden-Amerika. Zijn fabrieken in Honduras en Nicaragua brandden beide af. De fabriek in Nicaragua wordt tijdens de revolutie die daar aan de gang is in brand gestoken. Dit leidt ertoe dat de hele productie van Arturo Fuente Cigars plaats moet vinden in het kleine fabriekje in Ybor City.

No risk no reward

Het is echter nog steeds onmogelijk voor Fuente om zijn hele productie in Amerika te blijven doen. Hij maakt zijn risicovolste en succesvolste beslissing in zijn leven. Hij verpand zijn huis en gebruikt al zijn geld, plus het geld van zijn zoon Carlos Jr. (die in 1954 geboren is), ook wel Carlito genaamd, om een fabriek te starten op de Dominicaanse Republiek in 1980. Om precies te zijn  in de buurt van de stad Santiago. Ook start hij een samenwerking met J.C. Newman op het gebied van distributie en productie van sigaren. Deze stap was cruciaal en Fuente is uitgegroeid tot een van de grootste sigarenproducenten ter wereld.

Dekbladen in de Dominicaanse Republiek

Waar hij tot op dan toe tabakken van derde gebruikte om sigaren te maken, begon Fuente op de Dominicaanse Reubliek ook met het verbouwen van tabak. Vele waren van mening dat dit te moeilijk was, vooral het groeien van dekbladen zou onmogelijk zijn in de Domincaanse Republiek. Desondanks lukt het Carlos samen met Carlito om op de velden van Chateau de la Fuente een heel mooi Rosado dekblad te groeien. Dit dekblad werd gebruikt in wat nu de bekendste Dominicaanse Puro is, de Opus X. Een sigaar die door velen als een van de beste sigaren gezien wordt. Carlos werd inmiddels al wat ouder en gaf steeds meer de leiding van zijn fabriek over aan zijn zoon Carlito. Hij bleef vooral achter de schermen belangrijk voor het bedrijf. Afgelopen december, na 62 jaar huwelijk, overleed zijn vrouw en nu, 8 maanden later, is ook Carlos Sr. overleden.

RIP Carlos Sr.

Een groot verlies voor de sigarenindustrie. Een pionier is niet meer, maar zijn nalatenschap leeft voort onder leiding van zijn zoon. Ook in Ybor City is de naam Fuente nog steeds terug te vinden: 2nd Avenue heet ook wel Carlos Fuente way, en zijn broer Arturo Jr. woont nog steeds daar. Hij heeft daar jarenlang een klein fabriekje en winkeltje gehad genaamd Tampa Sweethearts. De winkel is er nog steeds, alleen niet meer onder leiding van Arturo Jr., maar door andere familieleden. Arturo is er nog met enige regelmaat te vinden.

Hoogachtend,

Pauli

Blog – In Memoriam: Carlos Fuente Sr.