Nicaraguaanse sigaren vieren tegenwoordig hoogtij dagen en zijn volgens menig aficionado, waaronder ik, de beste sigaren ter wereld. De voedingsrijke grond in combinatie met veel sigarenkennis uit het Cuba van voor de revolutie is de reden dat Nicaraguaanse sigaren van uitzonderlijke kwaliteit zijn. De sigarenkennis uit Cuba is naar Nicaragua, en dan vooral Esteli, gekomen na de Cubaanse Revolutie toen het regime van Castro de tabaksverbouwers hun tabaksvelden afpakte en deze boeren hun heil zochten in andere landen. In 1965 is Plasencia de eerste gerenommeerde tabaksfamilie uit Cuba die zich vestigt in Esteli. Al moet wel gezegd worden dat er dan wel al enkele individuen uit de Cubaanse tabakswereld zich in Esteli bevinden.

Historie van Plasencia

De geschiedenis van Plasencia begint eerder in 1865 als Don Eduardo Plasencia de Canarische Eilanden verlaat op zoek naar succes. Hij komt terecht in de Vuelta Abajo op Cuba en begint daar met het verbouwen van tabak. Uiteindelijk vestigt Don Eduardo en zijn familie zich in San Luis, een klein dorpje in de Pinar del Rio regio, waar ook andere grootheden uit de Cubaanse tabaksindustrie wonen zoals de Eiroa en de Fuego families. San Luis is een van de bekendste plaatsen in de Cubaanse tabaksgeschiedenis door deze twee families, maar ook zeker door de Plasencia familie. In 1898 begint een neefje van Don Eduardo, genaamd Sixto Plasencia Juares, een tabaksboerderij genaamd El Coroyal en dit is een van de succesvolste tabaksvelden van Cuba. Het gaat zo goed dat hij in 1920 begint met de export van tabak. Uiteindelijk heeft hij ten tijden van de Cubaanse Revolutie een 130 hectare aan tabaksvelden en daarnaast bezit hij ook nog eens 600 koeien.

Impact cubaanse revolutie

In 1963, een paar jaar na het begin van de Cubaanse revolutie, komen de mannen van Castro ook aan op de velden van Sixto en dit leid tot het confisqueren van de velden door het regime. Hierdoor wil Sixto zo snel mogelijk Cuba verlaten en gaat elders op zoek naar werk. Hij krijgt al snel een aanbod om voor een tabaksbedrijf in Jamaica te gaan werken. Er is echter een probleem: hij kan vanuit Cuba alleen een visum krijgen voor Mexico en Spanje. Op 3 Oktober 1963 besluit hij Cuba te verlaten voor Mexico om vanuit daar door te vliegen naar Jamaica. Eenmaal in Mexico aangekomen regelt hij de reis voor hem en zijn familie naar Jamaica. Slechts 1 dag voor vertrek krijgt hij te horen dat het bedrijf failliet is gegaan en er dus geen werk voor hem is in Jamaica.

De weg naar een visum

Via zijn oude vrienden uit San Luis, in dit geval Julio Eiroa, kan hij naar Honduras komen. Julio heeft hier een fabriek (later bekend van Camacho cigars) maar kan Sixto alleen aan een visum helpen en niet aan een baan. Toch besluit Sixto om met zijn gezin naar Tegucigalpa, Honduras te vliegen. Hier aangekomen heeft hij van familie een klein beetje geld gekregen en hij vestigt zich met zijn familie in een sober maar schoon hotel. Hij heeft maar weinig geld en moet dus direct op zoek naar een baan. Door zijn uitstekende reputatie als tabaksverbouwer in Cuba, krijgt hij, men zegt binnen twee uur na aankomst in Honduras, twee banen aangeboden. Één bij Rual Leon en één bij Angel Oliva. Hij reist hierdoor direct naar Danli in Honduras om daar aan de slag te gaan als medewerker op een van de tabaksvelden aldaar.

Van Honduras naar Nicaragua

Er is echter geen huis voor de Plasencias in Danli en ze slapen in een gebouw bij de tabaksvelden naast de opgeslagen balen tabak. Ook ligt het gebouw naast een begraafplaats en ziet de familie dag in, dag uit begrafenissen. Dit zint Sixto niet en hij wil iets anders. Een maand na zijn aankomst in Danli vertrekt hij alweer, nu naar Esteli in Nicaragua. Hier is inmiddels een kleine sigarenindustrie ontstaan en hij gaat daar ook weer aan de slag als tabaksverbouwer.  Op een veld in de Jalapa vallei, een klein stuk van Esteli verwijderd, om precies te zijn. In 1970 krijgt hij op de velden hulp van zijn in 1950 geboren zoon Nestor. Vader en zoon Plasencia maken ook in Nicaragua indruk met hun manier van werken en de daardoor hoge kwaliteit tabak. In 1971 heeft Sixto genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om zijn eigen tabaksveld te kopen in Jalapa, genaamd El Coyol. Het veld is 140 hectaren groot. Het bedrijf is groeiende en de tabakken van Plasencia zijn populair.

Van Nicaragua naar Honduras

Eind jaren 70 heeft de dictator van Nicaragua, Somoza, ook tabaksvelden in Jalapa. Hierdoor word Plasencia onzeker over de toekomst van zijn bedrijf en hij begint een tabaksveld in Jamastran, net over de grens in Honduras, te huren om daar ook tabak te groeien. Plasencia’s zorgen blijken terecht: in 1978 verbrandden de Sandinista, die de revolutie leidden in Nicaragua, de tabaksvelden van Somoza en Plasencia in Jalapa. Plasencia verhuist naar Honduras om daar zich te focussen op zijn gehuurde tabaksvelden. Dit gaat goed en hij huurt meerdere velden in Honduras, onder andere in Trojes. In 1982 gaat het echter helemaal mis voor Plasencia. Blauwe schimmel maakt 90% van zijn tabak onverkoopbaar en de huur voor de velden moet wel betaald worden. Het resultaat is een schuld van 10 miljoen. Daar bovenop overlijdt Sixto Plasencia in 1963. Plasencia zit helemaal aan de grond.

Afbetalen van enorme schulden

Om zijn schulden af te betalen gaat Plasencia behalve tabak verbouwen ook sigaren rollen. In 1985 heeft hij 6 rollers. Zijn schuld blijft echter nog steeds rond de 10 miljoen. In die tijd gaat het sowieso niet goed met Honduras. De staat waar Plasencia zijn schuld heeft is bang dat ze nooit iets van hun geld terug zullen zien. Ze bieden aan dat schulden afbetaald kunnen worden tegen 20% van de eigenlijke waarde. Dus als Plasencia aan 2 miljoen kan komen, dan heeft hij zijn schuld met 8 miljoen verminderd. Weer red de goede reputatie de familie. Hij krijgt bij een bank een lening van 2 miljoen en betaald hier zijn grote schuld mee af. Het duurt echter tot 1991 voordat Plasencia de hele schuld heeft afbetaald.

De Swisher deal

De verkoop van gerolde sigaren aan derden krijgt een boost als Nestor in 1990 het bid wint om de productie van sigaren over te nemen van Swisher Int. die een fabriek in Tampa sluiten. In 1991 betaald Plasencia niet alleen zijn schuld af maar keren ze ook terug naar Nicaragua, als de Sandinisten daar de macht verliezen. Van de nieuwe regering krijgt hij ter compensatie van de schade die de Sandinisten hebben aangericht een tabaksveld van 370 hectaren. Dit verdubbeld zijn capaciteit om tabak te groeien. Veel van de tabak wordt gebruikt in eigen fabrieken waar men sigaren rolt voor derden: 33 miljoen stuks per jaar om precies te zijn. In 2000 laten 30 merken hun sigaren rollen in de fabrieken van Plasencia. Bekende klanten zijn Rocky Patel en Alec Bradley.

Next-gen tabakteelt

In 2015 was Plasencia de grootste sigaren producent ter wereld met 40 miljoen sigaren per jaar. De zoon van Nestor, Nestor jr., heeft ondertussen ook zijn intrede in het bedrijf gedaan. Nestor Jr. is afgestudeerd in de agricultuur. Hij heeft de eerste jaren bij het bedrijf dan ook vooral op de tabaksvelden gespendeerd. Vooral op het gebied van organische tabak telen heeft hij veel progressie geboekt. Dit leidde tot de eerste sigaar die Plasencia onder eigen naam op de markt bracht: de Reserva Organica. Het heeft echter tot dit jaar geduurd voordat er een officiële sigarentak van Plasencia ontstaan is. De Reserva Organica is onderdeel van deze sigarentak onder de naam Reserva Original. Buiten deze Reserva Original bestaat het portfolio van Plasencia uit de Reserva 1898, naar de stichting van het bedrijf voor Sixto Plasencia, en de Alma lijnen, Alma Fuerte en Alma del campo. Deze laatste twee zijn de premium lijnen van Plasencia in een hogere prijsklasse dan de Reserva Original en 1898.

Conclusie

Plasencia, een grote naam in de tabaksindustrie. Hun tabakken behoren tot de beste in de wereld en hun klantenbestand voor sigaren bevat namen die de beste verkopende merken ter wereld zijn. Plasencia Cigars als sigarenmerk moet nog bewezen worden, maar naar mijn mening zijn ze op de goede weg.

Persoonlijke bevindingen

Persoonlijk ben ik geen fan van veel sigaren die bij Plasencia gemaakt worden, zoals Rocky Patel en Alec Bradley. Ook de Reserva Organica was niet voor me weggelegd. Met de naamsverandering naar Reserva Original is de blend enigszins aangepast. Ik ben benieuwd of dit zorgt voor een sigaar die beter bij mijn smaakpalet past. De laatste sigaren van Plasencia, de Reserva 1898 en de Alma Fuerte (de Alma del Campo is in Nederland nog niet te koop) kunnen me wel bekoren. De 1898 is een hele goede sigaar zeker als de prijs in acht genomen word. De Alma Fuerte is voor mij de beste sigaar van 2017 (met nog twee maanden te gaan) en ondanks de hoge prijs een ware aanrader.

Persoonlijke benadering

Ik heb Nestor Jr. en zijn Europese vertegenwoordiger Rodrigo Medina al een paar keer gesproken. Het zijn heel aimabele personen. De eerste keer vertelde ik hun dat ik de Reserva Organica, zoals de sigaar toen heette, heel lang in mijn humidor had laten liggen vanwege het feit dat hij niet aantrekkelijk uit zag. In plaats van te denken laat die idioot maar lullen, kwamen ze naar me toe om te vragen waar dat dan precies aan lag en hadden we een interessante discussie over hoe wij als klanten sigaren selecteren. Als ze een weer in Nederland zijn misschien een idee om te kijken of er een event mogelijk is met deze heren? Ik ben voor. Op de laatste Intertabac heb ik een Alma del Campo gekregen van Rodrigo. Die ga ik dit weekend maar eens opsteken.

Hoogachtend,

Pauli

Blog – Plasencia: eerste cubaanse familie in Nicaragua