In dit blog leg ik het hele proces van tabakszaadje tot sigaar uit. Want vaak wordt vooral door beginnende sigaren rokers gedacht dat een sigaar met een donker dekblad bijvoorbeeld zwaarder is dan een met een licht dekblad. Dit hoeft echter niet het geval te zijn…

Na mijn vorige blog over het formaat van sigaren wilde ik in dit blog het belangrijkste onderdeel van de sigaar die de smaak bepaald toelichten: de blend. Met andere woorden: welke tabakken worden gebruikt in de sigaar en hoe kunnen we deze tabakken rangschikken. Die rangschikking van tabak is geen sinecure aangezien tabak heel veel variabelen bevat. De belangrijkste variabelen zijn: het zaad dat gebruikt wordt, de regio waar de tabak verbouwd wordt, de belichting van de bladeren tijdens de groei, waar de bladeren zich bevinden aan de plant, hoe deze gedroogd worden en de fermentatie wijze, eventueel gevolgd door het ‘agen’ van de tabakken. Al dit samen bepaalt de smaak van een tabaksblad.

Tabakszaden voor sigaren

Het proces dat uiteindelijk leidt tot tabak die in een sigaar zit, begint natuurlijk bij het tabakszaadje. De meeste tabak die voor sigaren gebruikt wordt, komt van zaden die hun oorsprong vinden in zes landen, namelijk: Cuba, de Verenigde Staten (en dan vooral de Connecticut Vallei), de Dominicaanse Republiek, Brazilië, Mexico en Indonesië. Tabakszaden zijn vanuit deze landen meegenomen naar andere plekken op de wereld en hieruit zijn de zaden aangepast.

Cuban-seed

De drie bekendste Cuban-seed tabakken zijn de Habano (of zijn hybride Habano2000), de Criollo (vooral de Criollo ’98, een hybride die veel beter resistent is tegen ziektes dan de originele zaden) en de Corojo. Corojo tabak geeft vaak een krachtiger en pittiger karakter aan een sigaar dan bijvoorbeeld Criollo tabak. Habano tabak is de pittigste van de drie bekendste Cuban-seed tabakken.

Non-cuban

Indonesische tabakken zijn vaak wat zachter, kruidiger en nootachtiger van smaak. Hierbij kan men nog verschil maken tussen Javaanse en Sumatrese tabak. Voor longfillers word vaak gekozen voor tabak die zijn oorsprong vindt in Sumatra. In de Dominicaanse Republiek groeit van origine Olor Dominicano, dat een heel delicaat dun blad heeft. Dit in tegenstelling tot de broadleaf tabak die in de Verenigde Staten groeit. Zowel de uit Mexico stammende San Andres Negro tabak als de Braziliaanse Mata Fina, zijn rustieke tabakken die vooral geschikt zijn voor Maduro fermentatie, maar hierover meer verderop in dit blog.

Sigaren regio’s

Iedere regio die tabak verbouwt heeft een andere grond waarin de zaadjes tot grote plant omgetoverd worden. De mineralen, voedingstoffen en andere bestanddelen in deze ondergrond worden tijdens het groeiproces van de tabak meegenomen in de tabak. Al deze bestanddelen bepalen mede de smaak van de tabak. Hierdoor geven tabakken uit een bepaalde regio een bepaalde smaakbeleving. De combinatie van de ondergrond waarin de zaden tot plant gekweekt worden en het type zaad dat gebruikt wordt geeft de tabak zijn initiële karakter.

Cuba

Het eerste land dat ik wil benoemen is Cuba, hier kwam Columbus in de 15e eeuw aan land en zag hij dat men gerolde/samengevouwen tabaksbladeren rookte dat uiteindelijk tot de sigaar leidde. Hij kwam trouwens aan land in een regio die men nu Oriente noemt en er wordt nog steeds tabak geteeld in die regio. Die tabak wordt echter niet meer gebruikt voor sigaren. Buiten Oriente wordt er op Cuba tabak geteeld in:

  1. Pinar del Rio (waaronder Vuelta Abajo, San Luis, San Juan y Martinez en Semi Vuelta)
  2. Partido
  3. Remedios
  4. Vuelta Arriba / Oriente
Pinar del Rio

Voor de meeste mensen is de Vuelta Abajo de bekendste regio. In dit gedeelte van Pinar del Rio wordt de meeste tabak voor Habanos sigaren geteeld. Verder zijn de plantages rondom San Luis en San Juan y Martinez bekend doordat Alejandro Robaina zijn bekende plantages hier had. Rondom San Luis worden de dekbladen gekweekt die men voor Habanos gebruikt, terwijl in San Juan meer binnengoed en ombladen worden gekweekt. De tabak is van oudsher vol van smaak en aromatisch. Ook bevatten deze tabakken veel subtiele tonen. Of de tabakken uit de Vuelta Abajo nog steeds deze eigenschappen bevatten is een zwaar discussiepunt tussen de vele sigarenliefhebbers. Mijn mening is dat dit niet meer het geval is, doordat de grond uitgeput raakt. In de Semi Vuelta worden ook dekbladen gekweekt die vaak wat dikker en zwaarder zijn dan die van de Vuelta Abajo.

Cuba overig

In Partido, dat net onder Havana ligt, wordt onder kaasdoeken vooral lichte, delicate tabakken gekweekt. Toch worden voor Habanos de meeste tabakken uit de Vuelta Abajo gehaald. Alleen Jose L. Piedra niet, daar worden de tabakken van in Remedios geteeld. Vuelta Arriba of Oriente is de regio waar Columbus arriveerde en constateerde dat er tabak werd verbouwd, maar meer dan een historische functie heeft de regio in tabaksland momenteel niet meer.

Dominicaanse Republiek

Op de Dominicaanse Republiek wordt de tabak vooral in de Yaque Vallei, onderdeel van de regio Cibao Vallei, geteeld. Deze ligt in het noorden van het land in de buurt van de stad Santiago. Op de Dominicaanse Republiek wordt zowel tabak geteeld die zijn origine in het land heeft zoals Olor Dominicano, als tabak die eigenlijk uit Cuba komt zoals de Piloto Cubano. Tot voor enkele jaren geleden was Dominicaanse tabak mild van smaak. Tegenwoordig wordt er ook zwaardere full-flavoured tabak geteeld op de Dominicaanse Republiek, die vaak wat aardser van karakter is. Een veel voorkomend verschijnsel bij het roken van een sigaar met veel Dominicaanse tabak is een droge mond.

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten wordt van origine veel tabak gekweekt in de vallei van de Connecticut rivier. Hier wordt al sinds jaar en dag een heel delicaat licht dekblad onder de schaduw van kaasdoeken gekweekt genaamd Connecticut-Shade. Deze Cuban-seed tabakken zijn heel fragiel en licht van kleur. De smaak is heel zacht, al vinden sigarenrokers die minder gecharmeerd zijn van deze tabak dat deze vaak muffig smaakt, een natte krant heb ik het zelf al eens benoemd, aangezien ik tot de groep rokers hoor die, een uitzondering daar gelaten, niet van deze tabakken houdt.

Een tweede tabakssoort die in Connecticut geteeld wordt kan mijn goedkeuring wel krijgen, dat is namelijk de Connecticut Broadleaf tabak. Deze tabak wordt in de zon gekweekt en krijgt daardoor een veel heftiger smaakprofiel. De tabak is dik en wordt dan ook meestal gebruikt in combinatie met een Maduro fermentatie, iets waar ik verderop in dit blog iets meer over vertel. Sinds kort wordt deze Broadleaf tabak ook in Pennsylvania geteeld.

Nicaragua

Daar waar men in Cuba, de Dominicaanse Republiek en de VS tabakken teelt van zaden die origineel in het land te vinden waren, teelt men in Nicaragua vooral tabak van zaden die meegnomen zijn naar het land door vooral Cubanen die hun land verlaten hebben. De meeste tabak uit Nicaragua is dan ook zoals men dat noemt Cuban-seed. Corojo-, Criollo- en Habano-seed tabakken zijn allemaal te vinden in Nicaragua. De tabak is door de vulkanische grond in Nicaragua pittiger en donkerder van smaak dan de equivalente tabakken uit Cuba.

Er wordt ook Connecticut-seed tabak in Nicaragua verbouwd, vooral Connecticut Broadleaf. De tabak groeit in Nicaragua in drie gebieden, rondom Esteli, in de Jalapa-vallei en in Condega. Alle drie deze gebieden bevinden zich in het noorden van het land, bij de grens met Honduras. De Esteli tabak is de pittigste, terwijl Jalapa tabak juist wat zoeter is. Condega tabak is qua smaak een mix tussen Esteli en Jalapa tabak.

Honduras

Het sigarengebied in noord Nicaragua gaat over de grens met Honduras verder. De grens provincie El Paraiso is het centrum van de Hondurese tabaksindustrie, met als middelpunt Danli. Doordat de sigarengebieden van Nicaragua en Honduras zo dicht bij elkaar liggen, vertonen de smaken van beide tabakken en de soorten tabakken die men er teelt veel overeenkomsten. Naar mijn mening is Hondurese tabak vaak wat peperiger dan Nicaraguaanse tabak en heeft tabak uit Honduras ook een stuk minder diepgang.

Indonesië

Indonesië is het grootste tabaksland voor sigaren buiten het Caribische gebied. Hierbij moet wel aangetekend worden dat veel van deze tabak in de Nederlandse Shortfiller sigaren verdwijnt. Dat is niet geheel verrassend: de bladeren zijn een stuk kleiner in deze regio en daarom per definitie lastig om longfillers van te maken. Er wordt echter ook Indonesische tabak in longfillers verwerkt. Tabak groeit in Indonesië vooral op Java en Sumatra. Omdat Indonesische tabak een relatief neutrale smaak hebben, wordt deze tabak gebruikt in het binnengoed van sigaren. Ze geven een sigaar vaak kruidige nuances. Deze kruidigheid komt veel verder naar voren in de enkele sigaren waarbij Indonesische tabak als omblad of dekblad gebruikt word.

Ecuador

De tabakszaden uit Indonesië worden ook op veel andere plekken op de wereld verbouwd. Sumatra-seed tabak word o.a. in Ecuador verbouwd. Deze Ecuadoriaanse Sumatra tabak is net als de Indonesische variant mild van karakter. Ecuadoriaanse tabak in het algemeen is relatief mild. Buiten Ecuadoriaanse Sumatra wordt vooral Ecuadoriaanse Connecticut-Shade tabak in het land verbouwd. Ook deze Connecticut-Shade tabak staat als mild bekend, al is de Ecuadoriaanse versie wel wat smaakvoller en krachtiger dan de Amerikaanse variant. Wat mijzelf vaak opvalt aan Ecuadoriaanse Connecticut-Shade tabak is dat de mufheid die ik niet zo kan waarderen in de Amerikaanse versie niet aanwezig is. Sigaren met Ecuadoriaanse dekbladen zijn vaak mooie sigaren om vroeg op de dag te roken.

Kameroen

Ook in Kameroen wordt Sumatra-seed tabak verbouwd. Deze is voller en kruidiger van smaak dan de Indonesische en Ecuadoriaanse versies van deze tabak. Toch blijft Cameroon-tabak ook neutraal van smaak. Dekbladen uit Kameroen worden vaak voor full-flavoured sigaren gebruikt om tegenwicht te geven tegen het binnengoed en omblad en er zo voor te zorgen dat de sigaar in balans is. De teelt van Kameroen tabak is niet heel erg gemakkelijk. Zowel het klimaat als de onrustige politieke situatie in de regio zorgen er voor dat Kameroen tabak lastig te verkrijgen is. De prijs van sigaren met deze tabak is dan ook vaak wat hoger. De tabak heeft bij veel connaisseurs een hoog aanzien.

Mexico

Een ander land waar men Sumatra-seed tabak verbouwd is Mexico. In de buurt van San Andres, een stad in Veracruz, wordt deze tabak gekweekt en door een specifieke manier van fermenteren worden de bladeren tot een donkere tabak gemaakt, genaamd San Andres Maduro. Deze tabak heeft zowel een zoet als een pittig karakter. Ook de van origine San Andres Negro tabak wordt gebruikt voor maduro fermentatie. De San Andres Sumatra is meestal wat delicater dan de Negro. De laatste tijd komen er uit Mexico ook Cuban-seed tabakken, die vooral een pittig karakter hebben.

Brazilië

Net als Mexico, produceert men in Brazilië voornamelijk donkere Maduro tabakken. Deze tabak is vaak vooral zoetig van smaak. De bekendste Braziliaanse tabak is de Mata Fina, die in Bahia gekweekt wordt. Er komen de laatste tijd ook andere Braziliaanse tabakken voor in longfiller sigaren. Een goed voorbeeld hiervan is Arapiraca tabak. Voorheen was dit tabak van lage kwaliteit, die vooral een zurige metalige smaak had. De kwaliteit ervan is nu significant verbeterd en daarmee ook het smaakprofiel. Een bekende sigaar met Arapiraca tabak is de Balmoral Añejo, een sigaar die bij velen een hoog aanzien heeft. Een tweede Braziliaanse tabak die de laatste tijd veel aandacht heeft gekregen is een speciale tabak die ver in de Amazone is gevonden. Deze tabak, genaamd Braganca, wordt gebruikt voor de CAO Amazon.

Overige landen

Naast bovengenoemde landen wordt er ook nog tabak verbouwd in landen als Spanje, Peru, Colombia, Venezuela, Panama, Costa Rica, Jamaica (Macanudo heeft hier een tijdje gezeten), Filippijnen, Italië en Frankrijk. Deze tabakken worden maar sporadisch gebruikt in longfiller sigaren.

Groei van de tabaksplant

Nu we de invloed van de tabakszaden en de grond waarin deze groeien behandeld hebben, is het tijd om de groei van deze zaden tot tabaksplanten onder de loep te nemen. Waar men vroeger de zaden in de volle grond, in het felle zonlicht liet groeien, worden de zaadjes tegenwoordig met veel meer zorg behandeld. De zaadjes worden tegenwoordig in kleine individuele bakjes geplant die in een beschermde omgeving van een soort schuur, die ‘semilleros’ genoemd worden, staan. Hier in de schaduw groeien de zaadjes gedurende ongeveer 40-45 dagen uit tot kleine plantjes.

Dagelijkse controle

Het complete klimaat in de semilleros wordt gecontroleerd. De plantjes worden op dagelijkse basis ook gecontroleerd en beschadigde plantjes worden verwijderd. Ook worden een groot deel van de blaadjes van deze kleine plantjes afgehaald, zodat de bladeren die wel doorgekweekt worden een grote hoeveelheid voedingsstoffen krijgen. Als de plantjes 15-20cm groot zijn, worden ze omgezet in de volle grond waarin ze tot 45-70cm volgroeien.

Verwijderen stems

Ook tijdens de tweede groeifase in (open) velden worden nieuwe kleine blaadjes van de plant verwijderd. Er wordt echter nog ergens rekening mee gehouden: de ontwikkeling van steeltjes of ‘stems’ in het tabaksblad. De ‘stems’ waarmee de tabaksbladeren aan de plant zitten zijn, als men die meerookt, meestal bitter van smaak. Daarom worden deze ook zo veel mogelijk verwijderd voordat de tabak in sigaren gebruikt wordt. Om de groei van deze ‘stems’ te verminderen wordt tabak, en dan vooral tabak die voor het dekblad gebruikt worden, onder een soort tent geteeld van een soort kaasdoek. Hierdoor komt er minder zonlicht op de bladeren en zal de groei van de ‘stems’ minder snel gaan. Dit noemt men Shadegrown tabak. Deze Shadegrown tabak is ook vaak veel delicater van structuur en smaak.

Sun grown

Er worden ook dekbladen geteeld in de volle zon; Sungrown tabak. Deze is grover van structuur en is meestal voller van smaak. Ook krijgen suikers in Sungrown tabak meer kans om zich te ontwikkelen (door fotosynthese), mits de tabak goed geteeld wordt. Hierdoor bevatten sigaren met een Sungrown dekblad vaak ook mooie zoetige smaken. Shadegrown tabak is meestal lichter van kleur, terwijl Sungrown tabak donker van kleur is en vaak een rode gloed heeft.

Het oogsten van de tabaksplant

Het oogsten van tabak gebeurt op drie verschillende wijzen:

  1. priming
  2. stalk-cut
  3. stalk-priming

Bij priming worden iedere week 2-3 bladeren aan de onderkant van de plant gerooid, totdat alle bladeren verwijderd zijn. Het voordeel van deze manier van rooien is dat de bovenste bladeren die normaal minder voedingsstoffen krijgen dan de onderste bladeren, nu in het laatste deel van het groeiproces steeds meer voedingsstoffen krijgen en dus smaak. Bij stalk-cut worden de planten in één keer met stam en al gerooid. Een voorbeeld van een sigaar die stalk-cut tabak gebruikt is de Liga Privada T52. Stalk-priming wordt het minst van de drie rooitechnieken gebruikt. Hier wordt de stam van de bovenkant steeds een stuk afgeknipt, waarbij dus de bovenste bladeren als eerste gerooid worden. Deze techniek werd vroeger in Cuba nog wel eens toegepast.

Typen bladeren voor sigaren

Als een tabaksplant gerooid is en de onderste bladen die vaak beschadigd zijn of op het zand (zandblad) gelegen hebben verwijderd zijn, kan men de tabak aan de plant verdelen in vier types.

Volado

De onderste bladeren aan de plant die het minste licht hebben gehad noemt men Volado. Deze bladeren zullen in een blend niet veel aan de smaak toevoegen, aangezien alle door licht geïnduceerde processen maar heel langzaam verlopen zijn processen in een tabaksblad die leiden tot een vol smaakprofiel zijn licht geïnduceerd. Toch wordt Volado gebruikt in het binnengoed van een sigaar, maar dit is omwille de brandeigenschappen. Deze bladeren zorgen ervoor dat een sigaar goed brand.

Seco en Viso

Boven de Volado aan een tabaksplant groeit Seco en Viso. Deze bevindt zich in het midden van de plant. Seco en Viso geven de smaaknuances in een sigaar. De tabak is niet heel smaakvol, maar er komt precies genoeg smaak vanaf om sigaren interessant te houden qua smaak. Seco en Viso tabakken hebben vaak wel een wat moeilijkere brand, zeker in vergelijk met Volado.

Ligero

Boven aan de tabaksplant groeit Ligero. Deze tabak krijgt het meeste licht en ondergaat daardoor ook de meeste ontwikkeling gedurende de groei. Ligero tabak is vol van smaak. Ligero tabak bevat ook de meeste nicotine van alle drie de tabakken. Een sigaar met veel Ligero tabak zal heel smaakvol zijn, maar ook krachtig. Te veel Ligero tabak zal vaak de balans tussen kracht en smaak verstoren. Verder brandt de meeste Ligero tabak zelf niet. De bladeren zijn te dik, vandaar dat men Volado nodig heeft om de sigaar te laten branden.

Medio Tempo

Op Cuba heeft men sinds enkele jaren nog een vijfde type blad gevonden aan de tabaksplant, genaamd Medio Tempo. Deze tabak bevindt zich niet aan alle planten en alleen aan de bovenste twee bladeren. Medio Tempo tabak wordt alleen in de Behike blend van Cohiba gebruikt en zou de sigaar een aparte smaak geven. Buiten deze extra smaak geeft het blad ook vooral een extra hoog prijskaartje aan de sigaar.

Het drogen van de tabak

Als laatste voordat de tabak in een sigaar gebruikt kan worden dient deze gedroogd en gefermenteerd te worden. Het drogen van tabak voor longfiller sigaren gebeurt meestal in grote droogschuren voor een periode tot 50 dagen, waarbij de bladeren al het bladgroen verliezen en dus bruin worden en ongeveer 85% van al het vocht verliezen. Er zijn verschillende manier van drogen:

  1. Air-Cured
  2. Sun-Cured
  3. Fire-Cured
  4. Flue-Cured

Toelichting soorten curing

Air-cured wordt voor sigarentabak het meeste gebruikt waarbij de bladeren gewoon aan de lucht in de droogschuren hangt. Sun-curing duurt voor een kortere tijd (1-2 weken) waarbij de tabak in de volle zon gedroogd word. Dit geeft lichtere bladeren en wordt eigenlijk meer voor pijptabak gebruikt. Bij Fire-curing worden de tabakken boven een vuur gedroogd voor 3-4 weken, iets dat bij bijvoorbeeld pijptabak vaker gebeurt. Het drogen boven vuur geeft de sigaar een gerookt smaak profiel. Enkele sigarenmerken gebruiken deze zogenaamde Fire-Cured tabak. De Kentucky-Fire-Cured van Drew Estate is daarvan waarschijnlijk het bekendst.

Het bijzondere aan Flue-curing

Flue-curing word ook niet veel voor sigarentabak gebruikt maar hier droogt men de tabak voor 5-7 dagen bij een verhoogde temperatuur. Een andere manier van snel drogen van eigenlijk nog erg jonge tabak wordt ook wel eens gedaan. Hierdoor ontstaat er Candela. Dit is tabak die nog steeds een groene kleur heeft en wordt vaak in dekbladen gebruikt (Kentucky FireCured Swamp is hier een voorbeeld van). Door het snelle droogproces word het bladgroen niet in zijn geheel afgebroken. Deze tabak heeft vaak ook een “groene” smaak, van gras. Ook is deze tabak vaak wat peperig en romig. Een andere naam voor Candela die men wel eens ziet is Double Claro.

Het fermentatieproces

Na het drogen wordt de tabak gefermenteerd. De tabak gaat dan in balen die onder verhoogde druk, temperatuur en vochtigheid gelegd wordt. Voor de fermentatie worden de tabaksbladeren met een aantal bij elkaar gebonden in een zogenaamde gavilla. Deze gavilla’s worden dan voor de eerste fermentatie in kleine balen bij elkaar gelegd. Deze balen worden Pilones genoemd. De temperatuur in de balen zal gaan stijgen en als deze te hoog wordt, dan worden de Pilones uit elkaar gehaald en de tabak wordt gekoeld. Dan worden nieuwe pilones gevormd. Deze fermentatie duurt ongeveer een maand. Deze eerste fermentatie geeft de tabaksbladeren een meer uniforme kleur en bestanddelen in de bladeren die niet prettig zijn voor de roker worden omgezet.

Tweede fermentatieronde

Na deze eerste fermentatie worden de tabakken uitgezocht voor de toepassing in dekblad, omblad of binnengoed. Dan ondergaat de tabak een tweede fermentatie. Hiervoor worden de tabakken eerst bevochtigd en dan in grote balen gestopt. De hoge vochtigheid en de grote druk op de tabak zorgen voor de tweede fermentatie. Deze tweede fermentatie speelt een belangrijke rol in de smaak van de tabak. Tijdens deze tweede fermentatie ontstaat er ammoniak, die vrijgegeven word door de tabak. Fermentatiekamers staan er dan ook om bekend dat er een zeer penetrante tabaksgeur hangt. De temperatuur, druk en fermentatietijd die gebuikt wordt is afhankelijk van de gebruikte tabak.

Extra fermentatie

Tegenwoordig wordt tabak vaak ook nog een derde of meerdere keren gefermenteerd, waarbij de condities die men kiest steeds anders is. Dit om de aroma’s en smaak aan te passen. Ook worden bladeren nog wel eens in vaten gefermenteerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het dekblad van de Arturo Fuente Anejo serie, die in cognacvaten gelegd worden. Twee benamingen voor tabak die men vaak tegen komt die van doen hebben met de fermentatie zijn Maduro en Oscuro. Bij beide tabakken heeft de fermentatie plaatsgevonden onder verhoogde temperatuur en vochtigheid. Hierdoor ontstaat er donkere tabak die vaak wat meer suikers en smaak bevatten. Bij Oscuro tabak, die bijna zwart van kleur is, wordt er een nog extremere vorm van fermentatie toegepast dan bij Maduro.

Het rollen van de sigaar

Om een goede sigaar te maken is nu alleen nog een combinatie van deze mooie tabakken nodig. Het binnengoed moet een combinatie zijn van Volado, Seco, Viso en Ligero die samen voor een mooie balans in smaak en kracht moeten zorgen, maar ook voor de brandeigenschappen. Dit binnengoed moet samen gehouden worden door een omblad dat de smaak van de sigaar ondersteund. Voordat de tabak wordt gerold, wordt eerst de steel aan de binnenkant van het blad verwijderd. Dan wordt de tabak gesorteerd op grootte en kleur. Hierna kan het rollen beginnen.

Bunching technieken

De manier waarop dit binnengoed gerold of gevouwen (bunching genaamd) wordt voordat het omblad eromheen gaat is van belang, vooral als het gaat om de trek van de sigaar en de verbranding. Er zijn meerdere theorieën over hoe het binnengoed van een sigaar gerold dient te worden:

  1. Entubar bunching
  2. Accordion bunching
  3. Book bunching
  4. Lieberman bunching.

Toelichting bunching

Bij Entubar bunching wordt elk blad individueel opgerold. Deze rollen worden dan samen gerold in het omblad. De lucht zal hierdoor makkelijk tussen de rollen doorgaan, maar niet binnen een rol. Bij Accordion bunching worden de tabaksbladeren individueel dubbelgevouwen en dan op elkaar gelegd. Hierna zal het omblad eromheen gerold worden. Door de vouwen zal er altijd een goede trek ontstaan. Book bunching is de simpelste manier van rollen. Hierbij worden alle bladeren op elkaar gelegd en dan ineen keer samengevouwen. De interne structuur van de sigaar is dan minder open dan bij Entubado en Accordion bunching, echter zijn er minder getrainde rollers voor nodig. Bij Lieberman bunching wordt een hulpmiddel gebruikt om de sigaren te rollen en deze techniek wordt niet veel toegepast; ik zal er dan ook niet verder op in gaan.

Figurado sigaren rollen

Voor het rollen van figurado formaat sigaren zijn extra skills nodig en dit wordt dan ook alleen gedaan door de beste rollers binnen de fabriek. Na het rollen van het binnengoed en het omblad worden de sigaren in een pers gedaan en voor 30-45 minuten samen geperst. Dit word drie maal herhaald om een goed consistente sigaar te krijgen. Als laatste komt er een mooi ogend dekblad omheen dat volgens sommige fabrikanten tot wel 75% van de smaak bepaald.

Impact van dekblad

Naar mijn mening is dit laatste overdreven, maar voor de smaak is het dekblad van groot belang. Wil je zelf de invloed van het dekblad weten, offer dan eens een sigaar op en rol het dekblad af. Druk dan het dekblad tegen een brandende sigaar terwijl je aan de sigaar trekt. De gevolgen hiervan zijn voor jezelf, maar ik garandeer je een stoot van smaak en kracht. Alleen voor de gevorderde roker.

Het agen van sigaren

Nadat de sigaren gerold zijn worden ze geaged in de fabrieken. De sigaren worden in bundels verpakt en weggelegd. De tabak bevat na rollen een grote hoeveelheid vocht. Tijdens de eerste week van het agen word deze vochtigheid teruggebracht naar 70%. Na deze initiële week zal het echte agen beginnen. Smaken zullen beter samen komen en ammoniak die nog in de sigaren zit van het fermentatieproces zal uitdampen. De tijd die deze aging in beslag neemt is afhankelijk van het land en de producent.

Zelf agen van sigaren

Ook in de humidor van de winkel en in je eigen humidor zal de aging doorgaan, mits daar net als in de fabriek de juiste temperatuur en vochtigheid in acht genomen worden. Vaak ruikt een sigaar als men die koopt nog naar ammoniak, iets wat bij Cubaanse sigaren nog wel eens wil gebeuren. Dit betekent dat de sigaar niet genoeg is geaged. De ammoniak zal je proeven tijdens het roken en dit is niet bevorderlijk voor de smaak. Laat een sigaar die naar ammoniak ruikt nog geruime tijd in de humidor liggen. Men heeft bij de fabriek niet de tijd genomen dit goed te doen.

Conclusie

Het blenden van een sigaar is zoals eerder gezegd geen sinecure. Gelukkig hoeven we zelf niet na te denken over het blenden van sigaren, dat doen de masterblenders in de fabrieken wel voor ons. Hopelijk helpt deze blog om een mooie sigaar uit te kiezen in de grote variëteit die we in Nederland kunnen krijgen.

NB: het blenden van een full Ligero sigaar met een Connecticut-Shade dekblad is niet gemakkelijk gebleken heb ik vernomen.

Hoogachtend,

Pauli

Blog – Van tabakszaadje tot sigaar